Voor alle duidelijkheid, het woord pensioen wordt gebruikt voor drie verschillende soorten pensioen:
Ouderdomspensioen: drie bronnen
Het ouderdomspensioen komt meestal uit drie verschillende bronnen:
Ideaal plaatje:
AOW: zekere en onzekere basis
De AOW is enerzijds een zeker basis van het ouderdomspensioen, want de overheid keert AOW uit aan in principe:
Hoeveel AOW u krijgt, hangt af van uw persoonlijke situatie: voor het jaar 2001
varieerde de uitkering tussen circa € 1.044,- bruto per maand voor alleenstaanden en circa
€ 590,- bruto per maand (per persoon) voor gehuwden.
Anderzijds is de AOW een onzekere basis. Door de toenemende vergrijzing staat de AOW onder druk. Onder de deskundigen is veel discussie of de uitkeringen over tien, twintig of dertig jaar - dus als ù met pensioen gaat - nog hetzelfde zullen zijn.
Pensioenregeling
Soms is er voor werknemers een pensioenregeling getroffen. Deze regeling is een aanvulling op de AOW en biedt een uitkering die gerelateerd is aan het salaris. Naast
bedrijfs en ondernemingspensioenfondsen voor bepaalde groepen van vrije beroepsbeoefenaren. Bijvoorbeeld voor advocaten, huisartsen en apothekers. Deelname is voor hen verplicht. Ook hier geldt dat de oudedagsvoorziening in relatie staat tot het inkomen.
(bijvoorbeeld 70% van het laatste inkomen. Is er geen pensioenfonds, dan kan de werkgever voor de werknemer een pensioenregeling treffen door middel van een pensioenverzekering.
Extra eigen voorzieningen
Vaak is het nodig om zelf oudedagsvoorzieningen te treffen. Bijvoorbeeld als u geen pensioenregeling heeft. Maar ook wanneer dit wel het geval is, kan een aanvulling noodzakelijk zijn. Dit heeft een aantal oorzaken, waarvan we er een aantal zullen noemen:
Lijfrenteverzekering
Het treffen van een aanvullende voorziening is vaak noodzakelijk. U kunt dit uitstekend doen door het afsluiten van een zogenaamde lijfrenteverzekering. De premie hiervoor is fiscaal aftrekbaar. Vanaf 1 januari 2001 gelden hiervoor echter nieuwe regels. Het uitgangspunt is dat lijfrentepremies alleen aftrekbaar zijn voorzover zij betrekking hebben op de verzekering van een pensioentekort. Een uitzondering hiervoor geldt voor het vaste aftrekbaar bedrag van
€ 1.036,- per jaar. Dit wordt de basisruimte genoemd. Er is een mogelijkheid om eventueel boven dit bedrag extra te mogen aftrekken. Hiervoor moet een zogenaamde jaarruimteberekening worden gemaakt om een pensioentekort aan te kunnen tonen.
Nadat U in de opbouwfase van de lijfrenteverzekering de premie heeft mogen aftrekken, moet er in de uitkeringsfase (als
u met pensioen gaat) loonbelasting worden betaald over de periodieke uitkeringen uit Uw lijfrenteverzekering. Echter in veel gevallen zal het te betalen tarief lager zijn omdat
u gezien Uw leeftijd in een ander tarief valt.
Over deze eigen voorzieningen en het berekenen van uw "pensioengat" kunnen wij u alles vertellen.
Voor vragen zijn wij te bereiken op telefoonnummer 0318 – 66 66 66 of via e-mail (pensioen@bfa-ede.nl)